INNOVATIE VOUCHERS IN BEELD… Jef Montes

Het Art Business Centre stelt vanuit Gelderland valoriseert gelden beschikbaar voor Technische Haalbaarheids Studies (THS) in de creatieve sector. Het doel is om, relatief laagdrempelig, jonge ondernemers in de aller vroegste fase een idee met een technische component verder uit te laten werken. Een mooie kans voor creatieve ondernemers om in deze risicovolle startersfase van hun onderneming nieuwe frisse ideeën te kunnen door ontwikkelen.

Deze maand kijken we naar het onderzoek van Jef Montes.

EVEN VOORSTELLEN…
Jef Montes is een modelabel opgericht in 2012. Zijn werk wordt gekenmerkt door de toepassing van onconventionele materialen in combinatie met handwerktechnieken en architectonische vormen. Het onderzoek in materiaal met betrekking tot licht vormt een aanhoudende focus binnen de collecties. Het streven is om mode als kunstvorm in beschouwing te laten en door middel van samenwerkingen met andere ontwerpers en kunstenaars, nieuwe materialen te ontwikkelen.

Innovatie in materiaal vormt de toekomst. Als ontwerper vind ik het belangrijk verhalen te vertellen en materiaal daarin een grote rol te laten spelen. Door middel van beweging, licht en structuur probeer ik de kijker het materiaal op verschillende manieren te laten ervaren. Met mijn werk streef ik ernaar om gevoel en emotie op te wekken bij de beschouwer en innovatie in materiaal is voor mij daarmee onlosmakelijk verbonden. Om dit mogelijk te maken, is het voor mij van belang verschillende materiaalprocessen te onderzoeken en te experimenteren met diverse technieken. Om dit tot een hoger niveau te tillen, ben ik samenwerkingen aangegaan met kunstenaars en ontwerpers vanuit verschillende disciplines om te kijken wat de nieuwe mogelijkheden zijn.

WAT WAS JOUW ONDERZOEKSVRAAG?
Voor deze collectie stond het doorontwikkelen van de kennis die ik uit mijn vorige collectie heb verworven centraal. Mijn doel was het punt te bereiken waarin ik het materiaal een gevoel kon doen laten oproepen bij de beschouwer. Nostalgie is voor mij erg belangrijk en in iedere collectie schuilt voor mij de hoofdvraag hoe ik het gevoel kan opzoeken en vertalen wat zodanig dichtbij mij staat, waardoor ik mijn handschrift kan doorontwikkelen. Voor VELERO heb ik me laten inspireren door het bouwproces van zeilboten en de miniatuurboten van mijn opa, die een oud visserman is. Mijn onderzoeksvraag richtte zich ook dan ook specifiek op hoe ik mijn gevoel vanuit deze inspiratie kon vertalen naar vorm, silhouet en hoe ik mijn eerder verworven kennis over materiaalontwikkeling kon overdragen naar de buitenwereld. Ik wilde kijken naar hoe ik de spanning en het gevoel wat ik krijg bij een schip in een storm op zee kon oplossen als vormgever. De juiste balans tussen symmetrie en asymmetrie moest hierbij voor mij een belangrijk uitgangspunt worden in mijn zoektocht tussen de vorm en het lichaam.

Het indiepen van mijn kennis over het materiaal wilde ik verder uitbreiden door mijn materiaalexperimenten, met voornamelijk onconventionele materialen, nog intensiever te bewerken en het maakproces een kenbare uitstraling te geven binnen de collectie.
Daarvoor moest ik voor deze collectie meer terug naar de oorsprong en heb ik materialen laten weven in het Textiellab in Tilburg. Naast het onderzoek naar het ontwikkelen van mijn eigen stoffen, waarin het samenspel met licht een belangrijk vraagstuk vormde, wilde ik zelf innovatieve stoffen opleveren door middel van materiaal te smelten, branden en chemische reacties erop uit te oefenen.

WELKE BEDRIJVEN ZIJN ER BIJ BETROKKEN?
Voor VELERO ben ik de samenwerking aangegaan met een aantal creatieven uit verschillende disciplines. Zo ben ik begonnen met het samenwerken met kunstenares Simone Albers voor het ontwikkelen van een dessin voor de collectie. Samen met haar ben ik een onderzoek aangegaan naar haar tekeningen, waarna ik later aan de hand daarvan zelf een geabstraheerd dessin heb ontwikkeld. Dit dessin heb ik gebruikt voor het weven van mijn eigen materialen in samenwerking met het Textiellab in Tilburg.

Simone Albers
Simone Albers

 

Ik had de mogelijkheid om mijn eigen materiaal te laten weven dankzij een gift vanuit Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, ArtEZ Art Business Centre en Stichting Stokroos.

In mijn collectie heb ik ook verschillende soorten glasvezels, koolstof, messing, nylon en aramides gebruikt, waar ik verschillende Nederlandse fabrikanten voor heb benaderd. Gesponsord door Stottrop Fabrics vanuit de Hannover Messe waar ik in 2014 exposeerde, heb ik stoffen kunnen gebruiken die zowel in mijn collectie terugkwamen, als in de expositieruimte van mijn show. Innofa Fabrics was ook een fabrikant waar ik materiaal van heb gebruikt en Glaser Amsterdam heeft de Swarovski stenen geleverd, waarmee ik een aantal outfits in de collectie heb geborduurd. Het team van House of Orange heeft mij gesponsord voor mijn off schedule show en een deel van de productie die erbij kwam kijken. Tot slot heeft Jurlight voor de productie van de show gezorgd, waarbij voornamelijk aan de hand van de lichttesten die voorafgaand in het atelier gedaan zijn, de verlichting in de show tot stand is gekomen.

HOE HEB JE DIT AANGEPAKT?
Het onderzoek begon met het verder willen exploiteren van bepaalde technieken die ik in mijn vorige collectie heb onderzocht. Dit, om nog meer authenticiteit te creëren als ontwerper. Het smelten van het materiaal, de draadrichting, de vezel van het materiaal en verschillende afwerkingen rondom het materiaal, zoals de omlijsting van siliconen, bepalen de valling van het kledingstuk. Deze factoren speelden een belangrijke rol in mijn onderzoek en mijn werkwijze voor deze collectie.

Ik ben begonnen met het verzamelen van materiaal uit bouwmarkten die ik eerst ben gaan bestuderen, waarna ik met de informatie en kenniswerving daaruit kon beginnen met het ontwikkelen van mijn eigen materialen die in de collectie zouden passen. Het onderzoek begon ik dan ook met bestaande vezels uit de scheepsbouw, waaronder dus de aramides, koolstof en glasvezels. Wat betreft de uitstraling binnen de experimenten met dit materiaal, wilde ik me voornamelijk richten op de combinatie tussen het draperen van het materiaal en het vernietigen ervan. Dimensies opzoeken binnen het materiaal was voor mij een belangrijk aspect binnen het maakproces. Iets kan voor mij heel mooi en interessant worden door het rauwe randje op te zoeken in het materiaal. Door dat vervolgens te vernietigen, krijgt het materiaal voor mij een bepaalde lading.

Daar waar ik veel experimenten in de collectie handmatig heb uitgevoerd, had ik met de kennis uit mijn vooronderzoeken de machines van het Textiellab in Tilburg nodig om materiaal te laten weven. De bezoeken aan het Textiellab hebben me de mogelijkheden gegeven materiaal te ontwikkelen van vezelfilament tot de werkelijke vezel zelf. Binnen dat proces heb ik gekeken naar hoe het licht reageert op materiaal. Door onder andere nylon met messing te weven en vervolgens te fotograferen met verschillende lichtinvallen, kon ik oordelen of het materiaal meerdere dimensies bevatte. Ik heb binnen dit weefproces ontdekt hoe verschillende lichtlijnen gecreëerd kunnen worden door het verschil in diktes van nylondraad. Zo heb ik vijf verschillende diktes nylon gebruikt om gekristalliseerde lichtlijnen te creëren en daar waar ik vloeiende lichtlijnen wilde creëren, heb ik maar een nylondikte gebruikt.

proces zeil weef
proces zeil weef


Ik vind het belangrijk dat juist in een bepaald soort licht gezien kan worden dat een materiaal meerdere eigenschappen heeft. Het feit dat materiaal pas iets kan suggereren wanneer de invloed van licht erbij komt kijken, of wanneer water wordt gebruikt om het materiaal een andere bewerking te geven, inspireert me. Het inkleuren en blauwspuiten, het op elkaar smelten van texturen en het door elkaar heen smelten van materialen is dan ook belangrijk geweest binnen deze collectie, want dat zorgde ervoor dat de verschillende materiaalbelevingen en dimensies tevoorschijn kwamen.

Waar het ene materiaal meer ging over verschillende draadrichtingen op elkaar smelten zodat er een bepaalde ruimtelijke vorm ging ontstaan, zorgde het andere materiaal weer voor een storm om het lijf door middel van drukpunten. Draadrichting is heel belangrijk voor mij. Door het materiaal te draperen om het lijf en het vervolgens een bepaalde draaiing te geven, benadrukte dat weer het lichaam. Tegenstrijd in de collectie, waaronder het gevecht tussen de machine en natuur en de organische silhouetten tegenover scherpe vormen, is gevormd door het onderzoek naar het samen laten komen van twee uitersten. Ook als aparte begrippen hebben ze steeds een verhaal binnen de collectie. Het steeds in- en uitzoomen binnen het verhaal was dan ook een doorgaand focuspunt. Het inzoomen vertelde steeds wat over de vezel en het uitzoomen weer over het silhouet of de vorm. De toevoeging van de borduursels met Swarovski stenen was om te laten zien dat je iets kunt verfraaien wat al vernietigd is. Het randje opzoeken door iets kapot te willen maken en dat vervolgens te omarmen, vond ik een mooi en logisch aspect binnen de collectie, wat terugwerpt op het bouw- en vernietigingsproces van schepen.

Lennart Bras
Lennart Bras

Het lesgeven aan derdejaars studenten Product Design op ArtEZ zorgde voor samenwerkingen met enkele jonge talenten in deze collectie. Ik werd door docent Klaartje Martens gevraagd een workshop te geven over materiaalontwikkeling met een functie, wat ertoe heeft geleid dat ik met twee studenten aan de slag kon gaan om het materiaal in de collectie uit te breiden. In samenwerking met product designer Lennart Bras zijn weefsels voor de schoenen ontworpen, bestaande uit nylon en messinggaren. De lap stof waarmee het model in de opening haar jurk doordrenkt met water, is bewerkt door product designer Eva Bloemsma. Het abstracte patroon is ontwikkeld door middel van een chemische reactie op de stof.

Eva Bloemsma
Eva Bloemsma

Al deze verschillende manieren van materiaalontwikkeling en bewerking heeft ervoor gezorgd dat elke outfit een andere ontwikkelingsfase had en daardoor ook een eigen verhaal heeft. Daarmee is elke outfit uniek.

WAT ZIJN DE RESULTATEN?
Het resultaat van het proces van deze collectie heeft zich geuit in een presentatie, die op 3 februari off schedule werd gehouden in looiersgracht 60, Amsterdam. Kunstwerken werden gepresenteerd in een showperformance op een met water bedekte catwalk gecombineerd met een expositie waar een filmprojectie in terugkwam. Ik heb hieruit geleerd dat de collectie het meest overkomt op het moment dat ik een eigen presentatievorm aanneem. Het geeft mij als ontwerper voldoening om een bepaalde wereld te creëren door middel van een eigen productie. Ik had als doel een artificiële wereld neer te zetten die mijn signatuur benadrukt en waarin ik verschillende statements kon uitlichten.

Voor mij is het presenteren van een collectie juist bedoeld om het proces te benadrukken. Het hele proces wordt gaandeweg in detail gedocumenteerd en dat wordt vervolgens weer opgeslagen in boeken. Ik vind het belangrijk dat elke collectie een sterke uitspraak doet en waarin iets ter plekke gebeurd tijdens de presentatie wat direct een reactie uitlokt op het publiek. Zo is in de opening van de show te zien hoe een model haar eigen jurk oploste, door middel van een slaande beweging om haar heen met een doordrenkte lap. De jurk verdween gedeeltelijk en smolt als het ware van het lijf af. Hierdoor kwam de blauwe onderjurk tevoorschijn wat het effect gaf van een abstracte olievlek. Dit statement werd extra benadrukt naarmate de collectie vorderde, maar nam steeds andere vormen aan. In een opgedroogde versie werd een soortgelijke jurk later in de show gepresenteerd, wat weer een ander soort beeld opleverde.

De expositie na de catwalkpresentatie zorgde ervoor dat de collectie in een ander daglicht werd gezet. Door middel van de geprojecteerde film op de modellen en de wanden, wilde ik de collectie een extra laag toedienen. Hiermee wilde ik de verschillende belevenissen met licht aanduiden. Daar waar in de catwalkpresentatie meer sprake was van daglichttoetreding, heb ik in de expositie de kleding in een donkere ruimte met artificieel licht willen tonen, om verschillende materiaalbelevenissen te laten ervaren. Dit heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de dag van de presentatie voor mij een ontwerpexperiment op zichzelf werd.

WAT IS JE VOLGENDE STAP?
Ik heb voor mezelf enkele doelen gesteld wat betreft mijn ontwikkeling als ontwerper.

Korte termijn: Ik zou met deze collectie graag willen zien dat door middel van publicaties en het uitlenen van mijn collectie, de kleding in een andere context wordt geplaatst. Het uitlenen voor commercials, het aangaan van nieuwe samenwerkingen, onder andere met de muziekindustrie en de Aziatische markt, is interessant voor mij. Ik merk dat er meerderde mogelijkheden zijn en ik zou het interessant vinden om hun vraag met mijn ontwerpen te kunnen bedienen. Ik zie tevens samenwerkingen met het Nationaal Ballet, kunstenaars en filmmakers, exposities in binnen- en buitenland en interdisciplinaire samenwerkingen als een uitgangspunt voor wat op korte termijn kan gaan gebeuren. Het verkopen van mijn kleding, basismaterialen en stoffen aan musea, zou weer kunnen leiden tot presentaties in museale context. Aan de hand mijn tentoonstelling binnen de expositie The Future of Fashion Is Now in het Boijmans museum in Rotterdam, heb ik mijn kleding letterlijk en figuurlijk in een ander licht kunnen zetten, wat mij inspireerde tot het meer willen samenwerken met musea. Een nieuwe inslag voor mijn label is het bezig gaan met het ontwikkelen van een archetype Jef Montes schoen, die ingezet zou kunnen worden in mijn komende presentaties.

Lange termijn: Op lange termijn zou ik mijn horizon willen verbreden door me meer in te diepen op materiaalontwikkeling binnen verschillende disciplines. Ik wil commerciële vertaalslagen gaan maken in de vorm van een kledinglijn die zowel het kenmerkende Jef Montes basiskledingstuk laat zien en een vertaling van mijn materiaalexperimenten in een draagbare variant kan aanbieden. Daarnaast zou ik andere disciplines willen betrekken in mijn werk en mijn ontwikkelde stoffen voor verschillende doeleinden willen uitwerken. Dit kan mode zijn, maar ik wil het ook breder benaderen, waar interieur en bekleding van voertuigen onder zou kunnen vallen. Hierbij is te denken aan wandbekleding, tapijten, maar ook bekleding van auto’s aangezien ik veelal werk met glasvezels, aramide en messing. Ik hoop hiermee me zo min mogelijk te beperken op het gebied van materiaalontwikkeling en het groter op te zoeken.

fotografie: Sabrina Bongiovanni
fotografie: Sabrina Bongiovanni

 

Written By
More from Lenn Cox

INNOVATION AS LAST RESORT ?

Although many would argue that Charles Eames was himself a by-word for innovation,...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *