Tim-yan’s Bunraku Blog #1 Japan van A(nus) tot Z(ukai)

REpost Tim Hammer

Ik (afgestudeerd aan ArtEZ Muziektheater 2012) schrijf over mijn belevenissen in Japan als student van Mokugusha, een Bunraku Poppentheater gezelschap. Al jaren koester ik de gedachte ooit Japan te bezoeken om de cultuur en taal te leren kennen. Nooit had ik duven hopen op zo’n bijzondere situatie als die waar ik nu in zit. Met een poppen-meester als gastouder mag ik vijf weken lang Japanse traditionele kunst studeren.
Reactie’s zijn van harte welkom.

Sommigen van jullie zullen Japan veel beter kennen dan ik. Anderen hebben nog nooit een voet op Japanse grond gezet. Voor die laatste groep en mezelf van vier dagen geleden dacht ik, laat ik voor de lol een ABC-tje van mijn ervaringen tot nu toe maken. Voel je vrij om dit over te slaan en bij de alinea over Bunraku, maar hier komt ie:
De A is van Anus douche, want die heb je hier op elk toilet (al gebruiken ze ook gewoon toiletpapier)
De B is van Bunraku, want dat studeer ik hier
De C is van Cultuur Shock, zelfs al was ik voorbereid
De D is van Dik want dat is hier niemand (of van dronken want ze zijn hier heel snel de weg kwijt)
De E is van Engels dat hier vreemd wordt gebruikt ( letterlijk citaat: “wise and slow, they stumble that run fast. Happy when it sweet. With coffee. You may stop.”) 
F is van Futon want waar slaap ik op
G is van Gohan en dat is rijst (voor ontbijt, lunch en avondeten)
H is van Heet want het is hier werkelijk om je kapot te zweten
I is van ingewikkeld en dat is zowat elk gesprek
J is van in Japan ben ik best op m’n plek
K van iedereen een Kadotje te moeten geven
Tot aan L van langdradig praten over het leven…

Genoeg. Laat ik wat vertellen over wat er tot nu toe is gebeurd. Ik schrijf dit op mijn vierde dag en het lijkt of er al twee weken voorbij zijn. Op mijn eerste dag (aankomst 8:30 lokale tijd) heb ik al poppentraining gehad, gezongen met een jazz-ensemble, zes voor mij nieuwe vissoorten geproefd, dertig keer m’n schoenen aan en uit gedaan, sake gedronken met mijn Sensei,  Oma officieel ontmoet, waarbij ik de grove fout maakte om mijn schoenen te vroeg uit te doen en met mijn sokken voor de drempel te staan (wat echt niet kan hier). Daarbij had ik trouwens het geluk toevallig een pak stroopwafels bij me te hebben, die ik aan oma kon aanbieden als kado. Ik introduceerde ze als Nederlandse “kuukies” (op z’n Japans uitgesproken Engels) iets dat, zoals ik later hoorde, zeer op prijs werd gesteld. Met name mijn “kuukies”  bracht een traan in de ogen van de kleindochter. Lucky shot.

Gisteren heb ik opgetreden. Ze houden er hier van om me in het diepe te gooien en zo veel mogelijk in het ongewis te laten. Omdat ik alleen al lopen door Japanse straten fantastisch vind en alles met grote kinderogen aanzie, mogen ze me overal heen sleuren. Ook dat wordt op prijs gesteld. Er is mij verteld dat men hier ene hekel heeft aan mensen die alles willen weten en steeds om zekerheid vragen. ‘Japan is nou eenmaal onduidelijk, accepteer het maar’  lijkt de boodschap. Nou mij best.
Screen Shot 2015-06-16 at 12.32.00 Screen Shot 2015-06-16 at 12.32.21
My first Bunraku
Na twee uur rijden komen we aan in Tokushima. Een van de plaatsen van oorsprong van de Japanse poppentheater-kunst. Een prachtig Japans traditioneel theatertje ligt voor ons. Pagode-achtige daken, houten wanden met beschilderd papier er op gespannen. Prenten van poppen, een zorgvuldig geselecteerde tuin en veel buigende Japanners. Te midden van allemaal poppenspelers moet ik me maar zien te redden. Ik trek een beetje naar de muzikanten toe, met de illusie dat het meer mijn soort mensen zijn. Met de zangeres spreek ik een beetje Frans. Ze heeft een Franse echtgenoot gehad, zo deelt ze met me. De vrouw van een jaar of vijftig met een rokerige stem gaat straks een aantal Edith Piaf liederen zingen, ter begeleiding van poppenspel met een Edith Piaf pop. Modern Bunraku poppentheater. Ze zingt ook ‘La Marseilleise’ met hele grappige klemtonen (“allons enfants de la Paaahaa trie”)

De show start. Ik ben volledig uitgedost in traditioneel poppenspel-kostuum: Witte blouse met zwarte jurk er overheen (model badjas), sokjes en een zwarte gaas-puntmuts over mijn gehele hoofd (model klu klux clan). Ik sta te midden van de andere gelijk geklede poppenspelers, naast de poppen aan de ‘kami-kakushi’ kant van het toneel , de ‘goden-zijde’ als ik het goed heb begrepen. Een linnen gordijntje scheidt ons van het wachtende publiek en mijn eerste stappen op een Japans poduim. Ik mag de voeten van de Piaf-als-kind pop besturen tijdens ‘La Marseilleise’. De kortste act.  Vlak van te voren krijg ik nog tips van de andere poppenspelers. Gelukkig doen ze het voor, want het spreken gaat me te snel. “Allons enfants de la Paaahaa trie”klinkt, Ik moet op. Daar gaat ie.

Het zaaltje is gevuld met een stuk of twintig Japanners op houten bankjes. Alle hoofden draaien naar mij. We worden allemaal voorgesteld. De leden van de Mokugusha poppentheatergroep (ben ik lid dan?) Onze meester praat, en praat en praat. Het duurt maar voort. Bij ieder lid vertelt een heel verhaal. Het gaat op een gegeven moment zelfs een hele tijd over de gitaar van de gitarist en waar die dan gebouwd is. De hele voorstelling ligt op z’n gat, maar dat maakt blijkbaar niet uit. Hij wijst naar mij. Ik buig maar weet niet goed waar het over gaat. “Olanda-jin desu”, hij is Nederlander. Dat herken ik,  “en hij kan een beetje Japans” zegt de meester “stel je maar even voor”. Oh god. Hoopvolle Japanse gezichten staren me aan. “Joroshiku onegaishimasu” zeg ik, wat volgens mij iets betekend als “mijn lot ligt in uw handen”. Oeps, verkeerd. De meester schud van nee. “You. Introduce  yourselfu” Okee, tweede poging: “watashi wa Hammeru Timu desu, Olanda-jin dess”. “Hammeru?” zegt de meester  “het was toch Hammah zoals hamer in het Engels?” Ja dat klopt zeg ik. Dan vraagt hij nog iets. “wakarimasen” ik versta het niet. Helaas, kans gemist. Wederom een goedmakertje wanneer ik als toegift een duet met de zangeres mag zingen. In het Frans “L’amour sa sert a qoui?” en iedereen klapt mee.  Na afloop staan we allemaal buiten, op een rij, en bedanken we het publiek -ieder individueel- voor hun komst. Ook worden er kaarten verkocht voor de Piaf poppenvoorstelling. Aha, dit was dus een soort try-out. Nu begrijp ik het.

Over het poppenspel en de training
Ik maak net bovenstaande alinea af als mijn sensei binnenkomt.  Training wordt hervat. Een goed moment voor mij om kort wat te vertellen over wat ik aan het leren ben. Het is ongelofelijk bijzonder dat ik als buitenlander in Japan de kans krijg om deze traditionele kunstvorm te bestuderen en zelfs te beoefenen. Ik realiseer me heel goed dat ik bevoorrecht ben en dat mijn publieke verschijning van gisteren een enorme eer is. Echter, ik zie ook dat ik een pronkstuk ben voor mijn sensei om aan zijn collega’s en publiek te tonen hoe avant-garde en open-minded hij is. Hij heeft me gevraagd of ik na wil denken over de vraag om zijn ‘deshi’ te worden, zijn leerjongen. Dan zou ik hem kunnen helpen met shows en workshops in Europa.

De training richt zich volledig op het besturen van de voeten van de pop. De voet-speler staat aan de linker zijde van de hoofd-speler en leunt met de bovenkant van de pols zachtjes tegen hem aan. Dit om de beweging van zijn been te kunnen volgen. De benen van de pop moeten gelijktijdig bewegen met die van de  hoofd-poppenspeler. Er zit geen tijd tussen. Dat vraagt een zeer intuïtieve manier van voelen en volgen van de voet-speler en stelt de hoofd-speler in staat vrij te bewegen en zelfs te improviseren met de pop.  Deze samenwerking tussen poppenspelers vormt de kern van deze kunstvorm. Maar naast elkaar goed aanvoelen komt er ook een hoop techniek en choreografie bij kijken.

De voetspeler staat met gebogen knieën en gebogen rug naast de hoofd-speler. Deze laatste houd de pop omhoog met zijn linkerarm en bestuurt daarmee het hoofd. De rechterarm doet de rechterarm van de pop. De voeten van de pop bungelen ongeveer vijftig centimeter boven de grond. De voet speler houd ze vast aan de hielen.

Traditioneel heeft het Bunraku-podium een ongeveer vijftig centimeter hoge wand aan de voorkant, waardoor het net lijkt of de pop daar op staat. Het poppenkast effect, zeg maar. Bij Mokugusha (vertaling: poppen-bedrijf) wordt deze wand niet vaak gebruikt. Ze laten de pop gewoon in de lucht lopen. Het is sowieso aan de voet-poppenspeler om een idee van vaste grond vorm te geven. Dit moet hij doen door zich werkelijk een vloer voor te stellen. De voeten van de pop moeten altijd op gelijke hoogte blijven en echt worden neergezet. Elke stap moet worden ingebeeld.

Naast lopen, zitten, rennen en springen bestaat mijn training nu uit het studeren van een “Sanbanso”, een rituele dans ter ere van de nieuwe oogst. Deze dans wordt door zowel mensen als poppen uitgevoerd. De “Sanbanso” is ongelofelijk fysiek. Hoewel ik enkel aan de benen hoef te denken, werk ik me het zweet op m’n lijf. De hele choreografie ligt vast. Ik richt me op een aantal voetbewegingen die veel voorkomen. Benen gestrekt dan weer knieën ophoog. Soms lijkt het op een soort kozakken-dans.

Waar het voor mij echt interessant wordt is hier: Ningjo-zukai (poppen manipulatie) is werkelijk een vorm van muziektheater. Alle beweging zijn op muziek. Van de poppenspelers wordt evenveel inleving als muzikaliteit gevraagd. De voet-speler moet bijvoorbeeld veel stampen. Hij simuleert daarmee het geluid van de voeten van de pop, maar vormt tegelijkertijd een onderdeel van de muziek als ritme-instrument. Daarbij is zelfs gedetailleerde ritmische interpretatie aan de orde. Zo heeft mijn sensei me al verschillende soorten timing laten horen. In deze dans moeten de stampen een fractie eerder komen dan de maat van de muziek. Dat geeft een opwekkend en stimulerend gevoel.

Zo dadelijk ga ik weer verder met repeteren en dat gaat als volgt: ik ben alleen in een bergingshok. Tussen mijn bureau en de goederenlift zijn twee draden gespannen. Aan de bovenste hangt de romp van een pop (zonder armen en zonder hoofd). Het tweede draad zit aan de heupen van de pop. Daaronder bungelen de beentjes. De pop is ongeveer twee derde van een mens qua formaat. Verder is er een spiegel en een cd-speler. Ik draai telkens een stukje van de “sanbanso” begeleiding en oefen voor de spiegel. De meester heeft alle bewegingen voorgedaan, nu is het een kwestie van herhalen en perfectioneren.

Men gelooft hier in een didactiek van afbranden. Dus zodra mijn sensei weer terug komt kan het afkraken beginnen. En terecht, want vergeleken met wat ik gezien heb kan ik er echt niets van. Maar het gevoel dat ik als buitenlander een bijzondere positie heb, helpt me er door heen. Ik betwijfel of ik Bunraku zou willen studeren als ik een Japanner was geweest. Ze zeggen dat het ongeveer tien jaar duurt voordat een leerling het voetenwerk beheerst. Dan mag hij naar de linker hand. Weer tien jaar later kan de leerling studeren voor hoofd-poppenspeler. En dat duurt dan weer vijftien jaar. Je bent dus wel even bezig. Niet geheel onbelangrijk om te vermelden is het feit dat er in deze telling niet full-time wordt gerepeteerd. Maximaal een paar keer per week. Aangezien het leerling-leraar systeem niet met geld gemoeid gaat moet iedereen gewoon werken naast de studie.

Inmiddels zit Fusa naast me, de baby van de meester. Ze is bijna twee wat voor mij heel fijn is, want ze spreekt Japans op mijn niveau. Ook is haar lectuur is voor mij goed te volgen (de zee is blauw, de hond is bruin etc.). Voetnoot: papa (sensei) is zestig, moeder is dertig, dochter is anderhalf. De ouders van moeder zijn net zo oud als papa (sensei). Je kan je voorstellen dat ze niet een-twee-drie achter dit huwelijk stonden. Waarom vertel ik dit? Nou omdat ik mag logeren in het appartement van de ouders van moeder. Ze hebben een apotheek aan de overkant en hun magazijn bevindt zich onder het appartement . Papa (sensei) heeft gevraagd of ik in het appartement van zijn schoonouders mag slapen. Dat mag dus, onder voorwaarde dat hij er zelf ook slaapt. In mijn ogen lijkt het op een trukje om hem toch even bij hun dochter weg te houden, al is dat waarschijnlijk overdreven. Ze zijn verder heel aardig. Vandaag heb ik ze geholpen met het openen van de apotheek. Ze brachten me fruit als dank. Ik heb echter wel een snurkende sensei in de zelfde kamer.

Net zoals de dingen hier vrij formeel en complex zijn is het op ander gebied weer heel open en persoonlijk. Ik ben veel bij de sensei, zijn vrouw en hun kindje. Ook in huis waar ze heel makkelijk zijn. Ik mag er de was doen, en de sensei komt gewoon in zijn onderbroek met mij aan tafel een biertje drinken. Dat kan dan blijkbaar. Ik ben benieuwd hoe dit allemaal gaat ontwikkelen. Morgen ga ik naar het National Bunraku Theater om een show bij te wonen. Het is helemaal uitverkocht maar de sensei heeft een plekje in het lichthok kunnen regelen. Ik ben erg nieuwsgierig. Jij ook? Lees dan volgende keer weer! Nee hoor, grapje. Maar ik zal in elk geval weer schrijven.

En er is trouwens nog veel meer te vertellen, bijvoorbeeld over de voor mij georganiseerde ‘welcome party’ met een uren durende discussie over de tafelschikking, vies Europees eten en een moment waarop ik voor de familie moest speechen (in het Japans!) maar daar over later meer.

Nu ga ik voor mijn gast-familie koken. Voor wat hoort wat.

Tim
page1_img1

Written By
More from Lenn Cox

CONTEST: emerging knitwear fashion talents

Fondazione Lineapiù Italia presents the second edition of a projet designed to support...
Read More

3 Comments

  • Het voelt een beetje raar om als vreemde een reactie te plaatsen, maar je vroeg ernaar dus bij deze. Ik kwam op jouw post via (Facebook) via (Art Business Centre). Waarom besloot ik om juist dit blog te lezen?

    Ik ben een ArtEZ alumnus uit 2013 (Fine Art) en heb gedurende mijn hele opleiding ook een fascinatie gehad voor Japan. Na mijn afstuderen heb ik een jaar gewerkt, om uiteindelijk tot het besluit te komen om toch Japanologie te studeren. Dus momenteel woon ik in Leuven (Belgie) en heb ik bijna mijn eerste jaar achter de rug. Oftewel, ik vond het fijn om een blog te lezen die gaat over een gedeelde interesse.

    Daarnaast wil ik bekennen dat ik het pad dat jij bewandelt erg bewonderenswaardig vind. Persoonlijk heb ik altijd gezegd: “ik ga eerst Japans studeren voordat ik naar Japan ga” (vandaar mijn studiekeuze) Een ander punt van herkenning is de Bunraku zelf. Mijn gebied van interesse ligt eerder bij kabuki (en gender studies), maar ik weet dat bunraku van grote invloed is (geweest) op het Japans theater.

    In ieder geval, ik heb met veel plezier jouw blog gelezen en houd mijn ogen open voor een volgende! Natuurlijk ook veel succes toegewenst.

    Gr. Asa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *