Tim-yan’s Bunraku Blog #2 “Het nieuwe Sexy” of Het sprookje van de Zoute Pruim

Haar voet is klein en brandschoon, precies passend in het Japanse ideaal. Ik volg de zacht gebogen lijnen in de bal van haar voet naar haar enkel en haar kuiten. Geen broek. Mijn blik wandelt verder tot over haar knieën. Daar waar een jurk of rok zou beginnen is nog niets te bekennen. Ik ben benieuwd waar haar ander been zich bevindt. Wat voor positie zou het hebben? Hier zou toch echt een onderbroek moeten beginnen, ik zie enkel een wit randje. Een wit randje, onaangeraakt door de warme streling van de Japanse zon. Ze verplaatst iets. Ik probeer te ontdekken hoe oud ze is. Maar dan sluit mijn buurman zijn boekje. Of nou ja buurman, hij zit op de zitting aan de andere kant van het gangpad. Vanuit mijn stoel heb ik goed zicht op zijn lectuur. Maar dan blokkeert een dame van het spoorwegpersoneel het zicht. Een echte aangeklede Japanse dame. Ze overhandigt hem met twee handen een blikje bier en vervolgt dan haar weg naar het einde van de coupe. Meteen pakt mijn medereiziger zijn blad weer op en zoekt de juiste pagina. De cateringvrouw staat stil in de deuropening en draait zich langzaam om. Een diepe buiging. Precies zoals ze bij het in- en uitgaan van elke coupe doet. Mijn buurman ziet het niet, hij is verzonken in zijn ‘lectuur’. Mijn ogen gaan niet verder op onderzoek uit en ik richt mijn blik naar links,door het raampje op het voorbijflitsende landschap. “Hiroshima, Hiroshima” klinkt er, “Mamonaku Hiroshima” En vrij snel daarna zak ik in een diepe slaap.

De Japanse vrouw

‘Als ik mijn ogen open doe, ben ik in Japan!’ Hoe vaak heb ik dat niet gedacht, met dichtgeknepen ogen tijdens een saaie les aardrijkskunde. Nu werkt het. Ik doe mijn ogen elke dag open in Japan. Vandaag voor de dertiende dag. In deze blog beschrijf ik mijn ervaringen als tijdelijke leerjongen/discipel/apostel van de vrijgemaakt gereformeerde Japanse poppenspel-kunst.

Apostel omdat kunst hier spiritueel is, gereformeerd vrijgemaakt omdat mijn meester zich vrijgemaakt heeft van de kerk van het nationaal Bunraku theater en nu een sobere doch strikte aanpak hanteert. Zie dit niet als commentaar op religie noch als wrok jegens mijn meester; het dient enkel om een sfeer te geven aan de studie die ik hier mag doen. Het is, laten we wel wezen, zeer uitzonderlijk dat een buitenstaander -laat staan een buitenlander zoals ik- zomaar les kan krijgen in eeuwen oude traditionele kunst. Van wat ik begrepen heb was mijn prekende meester een aantal jaar geleden nog volstrekt buiten bereik van de gewone mens. Traditionele kunst, dat mag je niet aanraken. Wat hier verandering in bracht was 11 maart 2011. De beving en tsunami met de daaropvolgende ramp in Fukushima heeft echter niet alleen de grond doen verschuiven en alfa-deeltjes verschoten, ook mijn meester is hierdoor van samenstelling veranderd. Vanaf dat moment heeft hij dingen anders aangepakt. Geen vast salaris meer, niet meer enkel traditioneel werk, meer vrijheid, en een kind bij zijn jonge vrouw.

En zo kom ik bij het kopje van deze paragraaf dit hoofdstuk dat nog lang niet af is: De Japanse vrouw. Tijdens de enkele gesprekken en ontmoetingen die ik tot nu toe met deze soort heb mogen meemaken waren de verschillen met de Nederlandse variant niet te ontkennen. En dan sla ik even de overduidelijke verschillen tussen Oostelijke en Westerlijke verschijningen over. De Japanse vrouw doet zaken, werkt, onderneemt, maar lijkt zich ook gewillig in een ondergeschikte rol te werpen. Gaat men een biertje drinken, valt het mij op dat de vrouwen zich voortdurend druk maken met het halen en brengen van bestellingen, zorgen dat iedereen eerst gaat, voor de ander inschenken… Terwijl ze zich aan de andere kant helemaal niet zo druk lijken te maken over het voorkomen van hun gezicht. Volgens mij een groot contrast met de Nederlandse vrouw. In mijn niet-begrijpende mannen brein tenminste. Ik zie menig keurige onderdanige, vrouwelijke, vriendelijke dame met een behoorlijk kloppende puist op de neus of een rode vlek van nek tot voorhoofd. Niets menselijks is ons vreemd. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het niet erg dat de dames hun acne liever tonen dan zichzelf een biertje in te schenken, het is pure verbasing. Om eerlijk te zijn vind ik het wel een goede zaak. Niet dat nederige, dat blieven we in Nederland niet . Maar “iets meer ‘naturel’ dat mag zeker wel!” Zo. Zet die maar in je foundation reclame.

Het poppenspel

Over mijn wonderlijke welcome party moet ik nog vertellen. Maar eerst iets over het poppenspel . Van de vele traditionele kunstvormen in Japan heeft Bunraku de drie meest interessante (zeggen ze zelf) gekozen en samengevoegd: samisen spel (drie-snarige banjo), Taiyu (zingende verteller) en het sannin zuikai (driemans-poppenspel). Tijdens mijn speciaal gearrangeerde bezoek aan het Nationaal Bunraku Theater (eigenlijk nog niet genoeg hoofdletters) krijg ik een duidelijke demonstratie. De middag is gereserveerd voor scholieren, en dus worden de stukken onderbroken door uitleg. De samisen speler laat zien dat er voor elke emotie een andere techniek is. Hij speelt telkens de zelfde noot, op zeer verscheidene  manieren. Daarbij ‘zingt’ de Taiyu dan het verhaal, met een zeer inspannende stemtechniek. Van brullen tot piepen. En dan de sterren van de show: de poppen. Niet de poppenspelers, maar de poppen, daar draait alles om. Letterlijk trouwens, want aan draaiende podiumdelen is in het Nationaal Bunraku Theater geen gebrek. Tijdens mijn persoonlijke rondleiding krijg ik zelfs een liftschacht van wellicht wel tien meter diep te zien, die men hier liefkozend ‘de hel’ noemt. Twee mensen zijn er ooit in gevallen. Het dient ertoe hele decors in een keer op het toneel te krijgen.  Klinkt heel spectaculair allemaal, maar ik zie er tijdens de voorstelling niets van terug. Eenvoudig geschilderd decor en scene-wisselingen na het sluiten van het toneeldoek. Iets dat we in Nederland al veertig jaar niet meer doen. Als klap op de vuurpijl hoor je tijdens het changement luidruchtig getimmer en geschuif vanachter het doek komen. De zaal wacht in spanning af hoe het verhaal (dat in drievoud in het programmaboekje staat beschreven) zal aflopen.

Ik kijk naar de laatste scene. Een man loopt met zijn geliefde (een vrouw van lichte zede) door een bos. Ze zijn op zoek naar een plek om hun plan (een zelfmoord in tweevoud) uit te voeren. De liefde was onmogelijk en het geld is weg. Er blijft nog maar een richting over: de dood. Maar de laatste stap is niet gemakkelijk. Telkens probeert de man zijn geliefde te steken, maar het lukt hem niet en ze vallen elkaar in de armen. Geesten doemen op. Japanse geesten in de vorm van vlammen (hengels met blauw-brandende bollen er aan). ‘Maak me af, maak me af’ roept de vrouw ten einde raad. Uiteindelijk lukt het. Hij steekt haar, dan zichzelf en ze sterven in elkaars armen. Het doek valt, ik laat een traan.

Dit stuk (Sonnenzaki Shinjou) werd geschreven een maand na bekendwording van een werkelijke dubbele zelfmoord, zoals ik uit een later gesprek met de in Osaka promoverende Aafke leerde. Na aanleiding van dit stuk werd de dubbele zelfmoord gevaarlijk populair. Er werden maatregelen genomen: op de dubbele zelfmoord stond de doodstraf. Klink absurd, maar het haalt zeker het eervolle karakter weg.

Je bent zelf een Sonnenzaki Shinjou

Een paar dagen geleden had ik zelf de eer mee te werken aan een repetitie voor dit verhaal. Uitgerekend de laatste scene wordt opgevoerd door een groep poppenspelers in het zuidelijke Fukuoka. Ik mocht mee-repeteren. Een zeer overweldigende ervaring, al bakte ik er niks van. De voeten en benen van de man die z’n geliefde doodsteekt waren mijn verantwoordelijkheid. Een lastige taak, want in dit traditionele stuk zijn details van levensbelang.

Er wordt altijd gerepeteerd op muziek. Iemand start een opname van het gezongen verhaal en de choreografie kan beginnen. Een interessant muzikaal stukje werk. Er wordt gezocht naar de juiste beweging bij de juiste emotie. Daarbij komt het neer op centimeters. Helaas moet ik toegeven dat het niet overdreven is. Al toekijkend zie ik hoe een paar centimeter te hoog gehouden poppenbenen het idee van een ladder beklimmen volstrekt ongeloofwaardig maakt. Er wordt ook heel lang moeilijk gedaan over bewegingen waar ik niets van begrijp. Sommige stappen lijken zo pathetisch in mijn Europese ogen. Sowieso twee dingen waar men hier volgens mij van houdt: moeilijk doen en pathetiek.

Moeilijk doen

Tijdens een willekeurige autorit tussen twee willekeurige plaatsen in een niet zo willekeurig land is onze hoofdpersoon getuige van een indrukwekkend staaltje van het eerst genoemde. Nou ben ik zelf best bedreven in dat eerst genoemde, maar op dit niveau, daar kan ik alleen maar van dromen. Mogelijk werd er wel acht keer gebeld met een totale duur van de gehele autorit over of een twijfelaar bed in de hotelkamer wel geschikt was voor twee personen. Of een twijfelaar wel geschikt was voor twee personen, nogmaals. De rit duurde twee-en-en-half-uur en de minuten dat er niet werd gesproken kon ik op een hand tellen.  Het verbaast me niets dat de meester af en toe midden in een repetitie in slaap valt, zo vermoeiend lijkt dit me. Hij wil wel eens als een soort zeeleeuw over vier stoelen verspreid z’n rust pakken. Hierbij maken de overwegend vrouwelijke poppenspelers al giechelend foto’s van hun slapende heerser. Daarna maken ze van de gelegenheid gebruik om te pauzeren en bij te kletsen met traktaties van Japanse zoetigheden.

Een tweede voorbeeld van dat eerstgenoemde speelt zich af omtrent de tafelschikking. Ik heb me al diverse keren vermaakt wanneer het hele gezelschap van pure ontzetting bewegingsloos in het restaurant blijft staan. ‘De tafels staan niet aan elkaar? Hoe gaan we dit aanpakken. Als hij straks daar gaat, dan kan jij hier en daar mijn ouders. Of nee toch andersom. He! Niet daar gaan zitten!’ Zo ging het ook ongeveer op mijn welcome party.

Eenmaal gezeten valt de gewichtigheid weer reuze mee. Hoewel het Japans hier geen vertaling voor kent, zijn de Japanners erg van de gezelligheid. Op de welcome party gaan we ‘Europees’ uit eten. Het Japanse eten is zo divers en lekker. De Europese maaltijd is veruit het dieptepunt. Een soort onherkenbare diepvriespizza en pasta met wat stukjes tomaat. De muren beschreven met kromme Engelse spreuken zijn eerder om van te smullen. “Some say that coffe can be very clear” bijvoorbeeld. Hoewel, de gene die dat heeft gezegd was waarschijnlijk in Japan. De koffie hier can inderdaad be very clear, in tegenstelling tot de thee.

Verder verloopt mijn welcome party goed. Het doel is de harten winnen van de ouders van de vrouw van de meester (volg je het nog?) in wiens appartement ik slaap. Ik moet zelfs speechen in het Japans. Dat lukt enigszins en iedereen is blij. Maar zo snel verover je de Japanse harten niet. Nu, na vele malen voor opening van hun zaak op de stoep te hebben gewacht voor een schoonmaakklusje en consequent beleefdheid te hebben getoond begint de boel een beetje te ontdooien. Zo mag ik al een tijdje alleen slapen (zonder begeleiding van de meester) en hebben ze nu spontaan de wifi voor me geïnstalleerd. Warm water gebruiken zonder toezicht heb ik echter nog niet verworven. Maar goed, ik heb nog even.

Pathetiek en poppenspel

We werken verder aan het moderne poppenspel over het leven van Edith Piaf. Hoewel onze meester nog wel eens in Parijs komt optreden, piekert hij er niet over zijn Edith Piaf voorstelling in Frankrijk te vertonen. “Zij is een belangrijk icoon voor de Fransen, hoe wij dat tonen waarderen ze niet” –aldus de meester. Wat een onzin, dacht ik. Maar nu weet ik het niet meer zo goed.

De repetitie begint. De meeste mensen (inclusief meester zelf) komen te laat. Dat begrijp ik niet. Vervolgens repeteren we de hele dag tot  half tien ’s avonds. Ook dat begrijp ik niet. Er is behalve mij maar een andere poppenspeler. Dat snap ik al helemaal niet.

Gedurende de dag lopen we het hele script door. Een vertaler heeft de strekking er van voor mij in het Engels opgenomen. Die opname heb ik tijdens de beruchte ‘twijfelaar-hotelkamer-autorit’ uitvoerig beluisterd. Met het in het Japans geschreven script in de hand probeer ik te volgend wat er gebeurd. De tekens boeien me mateloos. Als ik heel goed naar de verteller luister lukt met me om enkele betekenissen aan de corresponderende tekens te koppelen. Een uitermate boeiende bezigheid. Het verhaal zelf is dat wat minder. De overleden dochter van Piaf vormt een soort hoofdpersoon die steeds vanuit de hemel over haar moeder waakt. Zeer zoetsappig. Er is verder ook geen antagonist in het verhaal. Piaf’s leven wordt verteld, een aantal liederen wordt gezongen en er worden poppen bij bewogen. Om eerlijk te zijn zie ik er nog niet veel theater in. Er wordt duidelijk ingezoomd op spirituele en emotionele momenten met een opgeblazen gevoel voor drama. “oh Edith je kan weer zien!” na een ziekte, “Oh nee mijn man is dood” “Ik zal je gelukkig maken” “Dat is mijn liefde, het lied is mijn liefde” etc.  Wat overigens wel fantastisch is, is dat ik mag meedoen. Geen kwaad woord daarover.

Nu [poppentechniek]

Inmiddels gaat het gevoelsmatig bespelen van de poppenbenen al iets beter. Tijdens de lessen van de meester aan volstrekte leken vraagt hij mij om de benen van de pop voor hem te bewegen, met mijn ogen dicht. Mijn huidige aandachtspunten liggen op het er voor zorgen dat de voeten op de zelfde lijn worden neergezet (niet wijdbeens lopen) en op gelijke hoogte blijven, zodat de denkbeeldige grond niet verschuift. De Bunraku poppen zweven. Dat vond ik eerst heel vreemd. Maar na wat experimenten op de echte grond heb ik moeten constateren dat het zweven een echte meerwaarde heeft: men kan de bewegingen van de voeten veel beter zien. Ook vraagt het van de voetspeler om de grond onder de pop elke stap werkelijk in te beelden, een krachtige elementaire acteeroefening.  Wat me nog het meeste tegen de borst stuit is het onthouden van de exacte pasjes. Daar ben ik nooit goed in geweest.

Nu zijn we in Takamatsu, in het Oosten van het Shikoku eiland. De meester en ik sluiten ons een week lang aan bij een workshop van een Franse circusartiest. Met objecten uit de zee en een half dozijn dansers maken we een serie acts. De meester en ik proberen daar wat poppen tussen te plaatsten. Vooralsnog lukt het niet zo goed. De prachtige poppen passen niet tussen alle rotte planken. Dus hebben de meester en ik vandaag de hele dag zitten boren en zagen. Van rotte planken en stukken binnenband maakte we een ‘pop’ volgens de Bunraku principes, maar met het uiterlijk van rotte vis. Leuke klus, al gaan we het waarschijnlijk niet gebruiken.

Overmorgen wordt zal mijn tweede optreden op Japanse bodem plaatsvinden. Of de rotte-planken-pop het licht zal zien is nog niet zeker. Wat ik wel weet is dat ik een zwangere vrouw met een draaiende beweging van haar omgewikkelde kleding zal ontdoen, waarna zij al hoola-hoopend in bikini het podium zal bedansen om daarna een groot visnet van acht bij acht meter te baren. Verder gaat alles goed. Oh en die zoute pruim uit de titel, dat is een heel bekend Japans snoepje. Werkelijk een zoute pruim. De vrucht dus. Dankuwel.

[lees mijn 1e blog hier]

Tim!

Written By
More from Lenn Cox

Open Call Bio Art and Design Award 2018 – 1 feb. deadline

BAD invites designers and artists interested in the Life Sciences to propose...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *