Tim yan’s laatste bunraku blog #5 Poëzie en Constitutie of “The Truman Show”

Tim Hammer (afgestudeerd aan ArtEZ Muziektheater 2012) schrijft over zijn belevenissen in Japan als student van Mokugusha, een Bunraku Poppentheater gezelschap. Al jaren koestert hij de gedachte ooit Japan te bezoeken om de cultuur en taal te leren kennen. Met een poppen-meester als gastouder heeft hij de afgelopen vijf weken de Japanse traditionele kunst bestudeerd en beleeft, lees hieronder zijn laatste blogpost. Lees zijn blog voor al zijn eerdere fascinerende avonturen. 

In de kamer staan meerdere tv-schermen van verschillende formaten. Een kast met hi-fi installatie staat boven op een half opgemaakt bed. Op het grootste scherm verschijnt een menu -Ik kan het niet lezen- dan beeld. We kijken naar een kamer met veel tv-schermen en een half opgemaakt bed. En weer ben ik op de Japanse live-televisie. Maar deze keer up-close and personal. Deze keer kijkt er niemand mee behalve wij twee. “Wist je dat je voor tienduizend yen hier in Kobe een uur lang een meisje op visite kan vragen? Ze komt dan zelfs naar je toe. Je kan het gewoon uitzoeken op internet. Welk gezicht je leuk vind” Goh! antwoord ik met aangezette interesse. “Zie je dat meisje daar? Sexy of niet. Kijk dan!” Ik kijk. “uh ja lange benen.” “Nee ik heb het over dat rokje. Sexy toch. He meisje, alles goed? Naar welke school ga je? Heb je een vriendje? Nee? Nog interesse in een knappe buitenlander?” Ik val tussenbeide: is dit niet mijn halte? “Oh ja sorry we zijn er al voorbij. Maar je kunt ook bij de volgende uitstappen”  Als hij praat zie ik zijn lippen niet bewegen. Z’n snor verbergt alles wat er onder zit.

Stilte voor de storm

Ik zit in mijn eentje in mijn appartement en er is storm op komst. Een tyfoon komt aan land in Japan. Nangka heet ze. En dus regent het op Osaka. “Japan huilt omdat je weggaat” zei een medewerkster van de apotheek tegen me. En het is waar, ik ga weg uit Japan. Vandaag precies vijf weken geleden begon mijn avonduur hier. Nu maak ik de balans op, pak m’n koffers en ga weer op weg naar mijn eigen leven. Maar eerst nog even dit.

Rokko-san

Op mijn vrije dag besluit ik een berg te beklimmen. “Die zijn er niet in Nederland. Dus dat wil ik nog zien voor ik terugga.” Rokko-san, bij Kobe wordt het doelwit. Ik heb geen ervaring maar wel goede moed. Vandaag wordt het zevenendertig graden, dus ik sta vroeg op. Na een stukje treinen sta ik om acht uur aan de voet van Rokko-san. In Japan krijgen bergen hetzelfde suffix als belangrijke mensen: -san. Ijverig stappend start ik mijn beklimming. Het is een bescheiden berg van ca. 950 meter hoog. Ik stap en het wordt al snel heet. Op het eerste herkenningspunt ben ik compleet doorweekt van het zweet. Nog nooit heb ik dat zo ervaren. Als een hijgende natte dweil klim ik verder. Af en toe wordt ik ingehaald door kwieke Japanse opaatjes die dit blijkbaar elke dag doen. Ze zijn goed fit, dat zeker. En het helpt mij ook, want als zij het kunnen, dan moet ik die top toch ook wel halen.

Na vier uur lang indrukwekkend groen te hebben doorkruist, zie ik de top. Ik eet mijn lunch samen met een Japanse dame, een bergbeklimster, wier zoon tien jaar ouder is dan ik. Deze berg is voor haar een eenvoudige training voor haar klimwerk in de Japanse Alpen. Het wordt er even goed ingewreven. Mijn doel is om de berg aan de andere kant af te dalen en dan te eindigen bij Arima Onsen, een Japans badhuis. Maar voordat ik afdaal wil ik nog even het allerhoogste punt zien. Dus ik klim het laatste stukje en laat me daar, moe maar voldaan, op een bankje zakken. Een uitzicht over Kobe en Osaka tot aan de andere kant van de Kansai regio. Het was het waard.

“Zo mooi uitzicht he?” een man met een oranje polo en een grote zwarte snor staat voor me. Hij heeft een handcamera vast. Ja, zeker zeg ik. “Vind je het erg als ik ons gesprek even film?” zegt de snor “Het komt niet op internet ofzo”. Prima, zeg ik.

Kazuo -1

“Jij en ik, we hebben wel een beetje de zelfde geest” zegt Kazuo nadat we een tijdje gesproken hebben. “we zouden wel vrienden kunnen worden, alleen ik ben al zo oud”. Ach, zeg ik in mijn beste Japans, leeftijd doet er toch niet toe. “oh! Maar jij zegt goede dingen zeg. Weet je wat, vergeet dat badhuis en kom met mij mee. Dan laat ik je mijn huis zien”  En voor ik het weet zit ik voorop zijn scooter en razen we de berg af. De wind in mijn gezicht een welkome verkoeling na de verstikkende beklimming.

Kazuo vertelt mij zijn leven. Hij is tweeënzestig, heeft meerdere vrouwen gehad en is gelukkig als single. Op de koelkast hangt een tiental post-it papiertjes. “Dat zijn mijn vriendinnen” legt Kazuo uit. Op de post-its staan namen, adressen en leeftijden. 19, 24, 36, 23… “Ouder dan vijfentwintig hoef ik ze eigenlijk niet. Alleen als ze heel knap zijn, snap je?” Hij vertelt me over zijn vorige baan en vooral over zijn vele vrienden. Nu is Kazuo met pension en leeft hij een gelukkig leven. Hij is vrij. Elke dag bedenkt hij wat hij gaat doen. Vrijwillig toeristen gidsen, naar z’n huidige vriendin (19) of de berg op. “Dit is een erfstuk van de Titanic” Ik krijg een oud fluitje te zien, het voelt zwaar en er staat inderdaad op dat het uit de Titanic komt.
Ik krijg een glas cola. Er wordt weer gefilmd. Dit keer vanuit het appartement. Ik ben rechtstreeks op beeld. Niet helemaal gerustgesteld neem ik een slok. Dan is het tijd voor foto’s. Tot mijn opluchting gaat de live-selfie uit en krijg ik vele foto’s te zien. We praten over politiek en muziek. “Ik wil je mijn Turkse vrienden laten zien” Kazuo zoekt naar een video van een Ottomaanse percussiegroep. Op het grote scherm verschijnt een erotische massage “ nee dit is um niet”, dan een close up van een vagina. “oh haha dit ook niet, hebben ze in jouw land eigenlijk ook porno?” Ik moet trouwens wel zo gaan, zeg ik.
Op weg naar de bus vertelt mijn nieuwe vriend dat hij vorige week de weg waar we nu op lopen niet meer op kwam. Hij heeft het aan zijn hart. Na een kleine honderd meter was hij al uitgeput. “Ik dacht, dit is het einde. Dit was het dan.” Maar op wonderlijke wijze ging het een dag later goed en nu nog zit hij in die goede energie. “En zeg, in Nederland wat kost een hoer daar ongeveer?”

11745568_10155759668565720_1717679489721575541_n
Feest

Het is feest, want ik ga weg. In Kyoto staat zelfs de hele stad op z’n kop vanwege het Gion Matsuuri. Een maand-durend festival waarbij er met enorme houten wagens door de stad wordt gereden. Ik bezoek het feest op een avond nog voor de uiteindelijke parade. De wagens staan stil en het is wat minder druk. In- en rondom die tien-ton wegende wagens wordt er gerepeteerd door muzikanten, Noh-acteurs en dansers. Traditionele spirituele muziek klinkt door de oude straten van Kyoto. Het is aangenaam warm en ik een vers gebakken maiskolf. Alles is goed hier. Ik stap aan het einde van de avond met veel moeite weer in de trein, op weg naar het volgende feest.

Poppen-diploma

De familie is bijeen, de poppen staan klaar, mijn speech is voorbereidt: het feest kan beginnen. Vanavond wordt er in mijn appartement Takoyaki gebakken (inktvispoffertjes). Ik moet daarna aan iedereen laten zien wat ik heb geleerd qua poppenspel. De dag zelf krijg ik nog les in het manipuleren van een vrouwen-pop. De vrouwen-pop draagt een lange kimono en heeft geen benen. Het is aan de voet-poppenspeler om het idee van benen te simuleren met zijn handen. Door met twee vingers de zoom van de kimono op subtiele wijze te bewegen lijkt het net of de dame elegant voort schuifelt.  We oefenen een zeer gecontroleerde dans. Daarbij valt de vrouw af en toe op haar knie, die er niet is. Die knie maakt de poppenspeler door een vuist te maken in de kimono en de pop te ondersteunen. Een wonderlijk gezicht. “Dit moet je vanavond presenteren” zegt De Meester.
Op de avond zelf gaat het niet zo soepeltjes. Ik vergeet welke knie voor moet. Daarna moet ik met een mannen-pop een traditionele dans doen. Om me tegemoet te komen wordt de opname halverwege gestart. Ik stamp, loop, spring, dans en zwaai met de benen van de pop. Dit is het laatste moment. Iedereen klapt mee op de muziek. De muziek die me tot voor kort nog zo vreemd in de oren klonk. Daarna: inktvispoffertjes en vis. Ik geef ook een speech. Door mij in het Engels geschreven, naar het Japans vertaald door de tolk en wederom door mij in het fonetisch Japans uitgesproken. Wellicht wel het spannendste moment van mijn hele verblijf in dit land. Ik krijg te horen dat ik het aan de haastige kant heb opgelezen. O ja, ik was vergeten dat Japanner gewoonlijk twee uur over een onderwerp doen.

11028011_10155738773125720_1182028240720984501_n

Poëzie en Constitutie

In de laatste avonden van gezelligheid spreek ik met een andere Japanse vriend over mijn wens om ooit wat van Japanse poëzie te begrijpen.  De voorlaatste avond presenteert hij mij een van de beroemdste Japanse gedichten. Nog voor de Haiku. Het is het eerste Japanse gedicht dat ik begrijp.
Negawakuba (5)  hana no shitanite(7) haru shi na n (5) so no kisaragi no (7) mochizuki no koro (7)
vrij vertaald: als ik zou mogen wensen, dan wou ik dat ik in de lente mocht sterven onder een Japanse kers in volle bloei, komende februari met volle maan.  Al is het in het Nederlands wat omslachtig, in het Japans klonk het nogal fantastisch. Er werd me verteld dat dit een echt Japans gedicht is, waarin men met behulp van beelden uit de natuur een gevoel probeert weer te geven.

Een ander onderwerp van gesprek is de Japanse grondwet.  Waarom de Japanse grondwet? Nou, omdat die grondwet nogal bijzonder is en momenteel onder vuur ligt. Geloof het of niet, in de Japanse grondwet staat (artikel zes of negen, weet ik niet meer) dat Japan niet betrokken mag zijn bij oorlogen. Dat staat in de grondwet. Ongelofelijk.
Ik heb te horen gekregen dat die wet aan de japanners werd gegeven door de Amerikanen, na de capitulatie in de tweede wereldoorlog. Hier, alsjeblieft een grondwet waar we ons zelf absoluut niet aan zouden houden, maar jullie misschien wel. Zoiets. En dat doen de Japanners dus ook. Maar sinds gisteren is er helaas een pad geopend om deze wet te omzeilen. “No war” riep De Meester nog duidelijk geëmotioneerd na afloop van onze Edith Piaf voorstelling. Misschien dat ik langzaamaan iets meer ga begrijpen van de Japanse cultuur.  Het is moeilijk onder woorden te brengen. Ook is het nog te vroeg om na mijn vijf weken verblijf al conclusies te trekken. Maar indrukken en vermoedens genoeg. Zo heb ik de indruk dat als een Japanner iets doet, hij dat volledig doet en tot het eind doorzet. Misschien bleef de Japanse regering ten tijde van de tweede wereldoorlog daardoor vasthouden aan hun principe en heeft het twee atoombommen gekost voor ze capituleerde. Het blijven vermoedens. Ik weet er nog niets van.

Noh

De laatste avond heb ik Noh-les. Een indrukwekkend lange man (zeker voor een Japanner) komt de oefenruimte binnen. Ik vraag me af waar de andere deelnemers blijven. Dan drinkt tot me door dat ik privé les krijg. Privé Noh les. Ik mag kiezen tussen zang of beweging. Ik kies voor beweging. Dat had de eerste keer dat ik het zag zo’n indruk gemaakt. Dat wil ik proberen.
Ik ben voorbereidt de les in gekomen. Mijn voeten zijn bekleed met traditioneel witte teen-sokken. Het wit vormt daarbij de scheiding tussen het aardse en de godenwereld. Veelal beelden personages uit de Noh stukken goden, geesten of duivels uit. Daar dragen ze dan ook een bijpassend masker bij.
Ik heb geen masker, maar wel teen-sokken, traditionele kleding en een waaier. Die waaier vormt de standaarduitrusting. Waarom, geen idee want je mag het niet gebruiken als je het warm hebt.

Het begint. Ik moet gaan staan met mijn rug als een plank naar voren gebogen. Dan moet ik mijn rug weer recht doen, maar mijn heupen gelijk houden. Een vreemd soort ganzen houding komt hieruit voort. De voeten schuiven over de grond en maken aan het eind van de beweging een stapje. Zo leer ik lopen vanuit Noh. We werken een uur lang aan en aantal patronen van bewegingen. Waaier voor, waaier zij, schuif naar voren, zes stappen en dan versnellen, en weer terug. Het voelt krachtig.
Deze Nieuwe Meester legt mij uit dat bij het Bunraku poppentheater men oefent om de pop als een mens te laten bewegen. Daartegenover staat het Noh, waarin men juist oefent om niet als een mens te bewegen, maar als een ander wezen, een geestverschijning. Ik vind het waanzinnig.

Kazuo -2

“Toch jammer dat je niet langer blijft. Ik had je mooi de stad kunnen laten zien en de meisjes. Volgende keer dan he?” Ik heb mijn cola bijna op. Er komen snoepjes op tafel. Mijn nieuwe vriend Kazuo-de-ladiesman van tweeënzestig ziet er eigenlijk toch wel jonger uit. In zijn snor is geen grijze haar te bekennen. Hij laat me een video zien van zijn huidige vriendin. Het was niet gelogen, daar zit hij op een terrasje met een meisje dat er uit ziet als negentien. “Ze is nog maagd, ongelofelijk he?” zegt Kazuo. “Trouwens ik wil wat van jouw leven zien. Laat eens je huis zien.” En zo komt het dat ik in Japan, op groot scherm, samen met een seksistische eenzame man zit te kijken naar mijn eigen huis. Google Maps, Daar is het. “Goh, het station is dichtbij” Merkt Kazuo op. “Kan ik mooi een keer langskomen.” Ja dat kan, maar eerst ga ik zelf weer terug naar m’n huis en m’n leven. Dit Japanse dompelbad laat ik achter me en ga weer verder met een leven waarin ik zelf m’n plannen maak.
“Wees niet gefixeerd op deze ervaring”, is het advies van de Japanner naar mij. “Je hebt heel veel geluk gehad, maar vanaf nu zie je wel waar het je brengt.” Ik knik. “Volgens mij zal je wel een keer terug komen. En anders kom ik wel langs”. Wees welkom, zeg ik. “Oh en dat vriendinnetje van jou he, als ik een keer langskom, wil je me dan voorstellen aan wat vriendinnen van haar?” Ja, is goed zeg ik en we lopen richting bus.

-The End-

Written By
More from Lenn Cox

OPA Peter Nijenhuis interviewt Pauline van Dongen

Voor OPA interviewt Peter Nijenhuis (schrijver van o.a. De Wereld Werkt in Arnhem)...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *