Merel Raven update 2

Misschien kun je je mijn vorige blogpost nog herinneren, waarin ik vertelde dat ik voor het eerst in mijn leven geen plan heb. Nou, dat mag je dan nu weer vergeten, want mijn meesterplan is in ontwikkeling en ontvouwt zich. Er is nogal wat veranderd dus…

Laat ik bij het begin beginnen: InScience Festival. Samen met een aantal andere alumni van ArtEZ mocht ik daar deel uitmaken van de expositie Contemporary Phenomena. Tijdens de opleiding hebben we wel eerder geëxposeerd, met uiteraard de Finals als hoogtepunt, maar dit was anders. Dit keer stond ik niet als hopelijk-interaction-designer-in-spé mijn werk te presenteren, maar als daadwerkelijk-afgestudeerd-en-praktiserend-interaction-designer. Hoe vet! Daar kwam nog eens bij dat de mannen van Superposition  voor een toffe vormgeving van de expo hadden gezorgd, waardoor de individuele werken samensmolten tot een geheel. Voor mezelf was het fijn om in deze context mijn werk buiten de academie te zien staan en hangen. Het voelde als een soort bevestiging en aanmoediging en ik begon er ook weer een beetje enthousiast van te worden.

Dat enthousiasme was namelijk juist iets dat ik na mijn afstuderen een beetje kwijt was. Iedere academiestudent kent de zomervakantiedip wel. Dat had ik, maar dan nog net een beetje erger: de afgestudeerddip. Er zijn genoeg alumni die na hun afstuderen minstens een jaar in de horeca of een winkel gaan werken en vooral even niks met hun vakgebied te maken willen hebben. Dat vond ik wat ver gaan, ik heb immers niet voor niks vier jaar lang gebikkeld. Mijn gebrek aan een meesterplan is echter wel een goede indicatie dat ik op dat moment niet heel veel enthousiasme en passie in me had. Hoe ik dat terug gevonden heb? Heel ironisch eigenlijk, dankzij een docent van de opleiding die ik toevallig tegen kwam toen ik op ArtEZ hielp met opruimen na InScience.

I’m famous. Nee, dat was niet alleen voor mij, hier kwamen de namen voorbij van de exposanten. Fun fact: wanneer het doek bewoog, bewogen alle bolletjes op het doek mee alsof ze in het doek zaten. 

Ik bleef twijfelen of en vooral wát ik met mijn afstudeerwerk kon doen als ik besloot ermee verder te gaan. In mijn hoofd best wel belangrijk om te weten als je bijvoorbeeld een subsidieaanvraag in wilt dienen – wat dan wel mijn idee zou zijn, want werk dat je voor jezelf doet levert natuurlijk geen geld op, iets dat toch wel belangrijk is om bijvoorbeeld je huur te betalen. Mijn ouddocent zag echter genoeg mogelijkheden. Mogelijkheden die ik zelf ook wel had bedacht, maar waarvan ik enkel kon denken “pff alsof dat ooit gaat lukken”. Toch klonk het opeens een stukje waarschijnlijker uit zijn mond. Soms heb je het nodig dat iemand wiens mening je vertrouwt positief is over jouw werk. Sommige dingen moet je gewoon doen. Pokerface op, zelfvertrouwen opschroeven, voor je gevoel een beetje bluffen en gewoon gaan. Wie zegt dat je voor een subsidie-aanvraag precies moet weten wat je gaat maken en hoe? Juist eerder niet, zou ik als ik verstandig nadenk zeggen. Meestal komt de uitwerking juist voort uit je onderzoek en proces. Dus waarom niet gewoon beginnen?

Dit is nu dus mijn meesterplan:

Ik ga het gewoon proberen. Ik spring in het diepe en ga officieel voor mezelf beginnen. Wel houd ik nog steeds een slag om de arm: als ik ergens een toffe baan tegen kom, zal ik heus niet zomaar nee zeggen. Ik zal echter wel proberen of ik het kan combineren met mijn eigen werk, al werk ik maar een dag in de week voor mezelf. Ik word er blij van om te bedenken wat ik allemaal zou kunnen en willen doen en nog blijer om dat daadwerkelijk te doen. Mijn briljante conclusie is dat ik dat dus maar moet doen.

De uitleg en reflectie hierin van een van mijn objecten in de serie Galactic Correspondence

Ik moet wel zeggen dat het helpt dat ik in een zogenaamd innovatief vakgebied zit en mijn afstudeerwerk ook onder die noemer te plaatsen valt. Ik ben niet bezig met het uitvoeren van ambachten of het schrijven van een roman (hoewel ik niet uitsluit dat ik een van de twee of allebei in de toekomst nooit ga doen), ik ben nieuwe media aan het ontwerpen die zorgen voor communicatie en een gevoel van verbondenheid met mensen op Mars. Innovatie is een van de punten waar bijvoorbeeld het Stimuleringsfonds op beoordeeld bij een subsidieaanvraag, dus het is best een fijn pluspunt om te hebben.

Innovatie ?!

Voor mij voelt het woord innovatie meer als een synoniem voor new and shiny, dan een heel groot criterium waarop we moeten toetsen. Net zoals in reclames zo’n tien jaar geleden altijd werd geroepen dat iets “nieuw en verbeterd” is – dat kan niet. Iets kan niet én nieuw én verbeterd zijn – wordt nu geroepen dat iets innovatief is. Meestal betekent dit dat het iets opwekt of ergens een materiaal in zich heeft dat duurzaam of groen is, dat er een snelle chip of sterkte motor in zit of iets anders soortgelijks.*

Toch zal ik onder dit kopje van mijn subsidie-aanvraag een stukje typen over dat mijn werk zeker innovatief is. Ik zal waarschijnlijk iets verwoorden over dat mijn project op een nieuwe manier verschillende soorten technologie combineert en inzet om tot inzichten te komen die anders onzichtbaar en ontastbaar zouden blijven. En iets over hoe belangrijk die inzichten dan zijn in mijn fictieve, niet-zo-fictieve verhaal en scenario. Geen idee of dit mijn definitieve definitie van innovatie is, maar het klinkt waarschijnlijk genoeg of niet?

* Ik moet zeggen dat ik dit in het ontwerpvak mee vind vallen en dat er een heel aantal projecten onder de noemer innovatief vallen die ik heel vet vind. Dit heeft meestal meer te maken met het concept, de gedachtegang, de uitvoering of de techniek en niet omdat het zogenaamd innovatief is.

Written By
More from Merel Raven

MEREL RAVEN UPDATE 4/5

Kijk, mijn eerste echte VPRO-credits! #famous Afgelopen week vierde ik mijn 25e...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *