DORE VAN MONTFOORT UPDATE 4/5

Huu maakte tekeningen. Niet in het zand zoals de anderen deden, maar tekeningen die niet wegwaaiden met de wind en wegregenden met de wolken. Elke avond zat hij in het oogprikkende licht van het vuur dicht bij de rotswand en schraapte met een scherpe steen over de rots.

‘Kijk,’ zei hij. ‘Ik teken de jacht. Zodat de kinderen kunnen leren hoe je jaagt.‘ Hij had een oeros gekerfd.
Dat is niet de jacht, dat is een os.’
‘De rest komt nog. Over een paar zonsondergangen.’
De anderen schudden hun hoofd.
Dat duurt zo lang. We kunnen het ze net zo goed voordoen.‘ En dat deden ze. Ze gingen op jacht en lieten de kinderen alles zien.

Maar Huu was een stijfkop. Hij wist dat zijn manier beter was, want zijn manier kon ook uitleggen als er geen ossen in de buurt waren, zijn manier zou nog duizenden zonsondergangen werken. Alleen het duurde zo vreselijk lang. De rots was te hard om snel in te kunnen graveren. Hij had iets zachters nodig. Hij ging naar de rivier en haalde daar grote brokken klei. Die kneedde hij tot vierkante tabletten en daar graveerde hij nu in. De zachte klei liet hem snel en precies tekenen.

‘Kijk,‘ zei Huu die avond. Hij had de tabletten in de zon laten drogen. Ze toonden mensen met speren. En ossen. En hoe die ossen in een hoek werden gedreven en doorboord. Het allereerste stripverhaal. De anderen knikten, ‘Mooi hoor,‘ en gingen weer bij het vuur zitten. Huu deed maar. Zij deden het op hun manier. Dat was prima. Alleen één meisje wilde weten hoe Huu die tabletten had gemaakt. Huu liet het haar zien. Hij bracht nieuwe klei naar boven en gaf haar een steen om mee te graveren. De anderen draaiden zich om en keken hoe zij een boom tekende.
‘Mag ik ook even?’
‘Gaat dat zo makkelijk?’
‘Laat mij proberen.’
‘Nee, ik vroeg het eerst.’
Die avond en de avonden erop zaten ze gebogen over de tabletten en ze tekenden. Ze rommelden maar wat aan, want niemand had ooit tegen hen gezegd: zo hoor je een os te tekenen, zo ziet een tekening van een boom eruit.

‘Je kunt een os ook zo tekenen.’ Het was een meisje dat de vondst deed. Ze tekende een V met een lijn halverwege door het midden. Zo was het net een ossenkop met twee hoorns. Voortaan gebruikten ze dat teken voor de ossen. Ze bedachten nog vele andere tekens. Een rudimentair alfabet was geboren.

Het is vele duizenden jaren verder dat ik dit verhaal op mag schrijven, allemaal dankzij de kleitabletten van Huu en de daaruit voortkomende uitvinding van het alfabet. Dit verhaal is misschien niet 100% historisch correct, maar daar gaat het ook niet om. Waar het wel om gaat is dat het schrift pas kon evolueren toen meer mensen ermee werkten en experimenteerden. Zonder de kleitabletten van Huu en andere uitvindingen in de millennia erop die schrijven en lezen steeds toegankelijker maakten, had de literatuur zich nooit kunnen ontwikkelen tot de kunstvorm die het nu is. De toegankelijkheid van de nieuwe techniek heeft die evolutie mogelijk gemaakt.

Digitale poëzie zou wel wat van die toegankelijkheid kunnen gebruiken. Zoals ik in mijn vorige blog al vertelde, is het maken van een digitaal gedicht op dit moment nog een omslachtig proces. Wat digitale poëzie nodig heeft is het digitale equivalent van een kleitablet. Dat werktuig wil ik gaan maken. Het moet een softwareprogramma worden waar iedereen (schrijvers, je buurman, je oma, jijzelf) mee aan de slag kan gaan om met tekst te experimenteren. Zo kunnen we over en weer van elkaar leren en werken we samen aan een nieuwe revolutie in de literatuur. Want een revolutie wordt niet tot stand gebracht door één persoon in een achterkamertje, maar op deze manier: door de gebundelde kracht van de groep.

More from Dore van Montfoort

FINAL BLOG DORE VAN MONTFOORT

Daar is hij dan, de gevreesde cursor, pesterig flikkerend op mijn scherm....
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *