Het belang van ontwerpkritiek – een column door Louise Schouwenberg

10 april 2017
bron: Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Design zegt iets over de wereld waarin we leven, zegt iets over ons menszijn – we zouden het bijna vergeten in een tijdperk waarin de raison d’être van nieuwe producten primair lijkt te schuilen in hun marktwaarde.

Een column door Louise Schouwenberg

Zowel bedrijven als ontwerpers reduceren met groot gemak de toekomstige gebruikers van hun producten tot manipuleerbare consumenten die verleid moeten worden met opgeblazen marketingretoriek en hypes. Óf ontwerpers mikken op de verzamelaarsmarkt van exclusieve, peperdure unica die vermoedelijk nooit reële gebruikers zullen ontmoeten. Hoe innovatief zijn de producten die jaarlijks als het nieuwste van het nieuwste worden gelanceerd? Aan de leiband van het marktdenken volstaat immers al snel een klein stilistisch verschil met het bestaande.

Design raakt alle facetten van het dagelijkse bestaan van mensen, zowel in positieve als in negatieve zin. Producten hebben de potentie om de technologische, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen van een samenleving te spiegelen, en de betere ontwerpers en bedrijven slagen er in die potentie ten volle te realiseren.

Maar wie duidt het onderscheid tussen rommel en de dingen die een grotere relevantie en gelaagdheid bezitten? Wie thematiseert het marktdenken en differentieert tussen gewetensvolle bedrijven en bedrijven die uitsluitend op winst uit zijn? Wie geeft inzicht in de relatie tussen kunst en design? Wie wijst op de verweving tussen mens en technologie en op de moraal die ligt besloten in de dingen waarmee we ons dagelijks omringen? Wie attendeert gebruikers op de betekenisvolle sporen van het maakproces en legt uit welke implicaties de verschillende productietechnieken hebben voor het milieu? Wie herinnert ontwerpers aan het verleden van hun vakgebied?

In lijn met een eenzijdig marktdenken wordt over dit lichtvoetigste, en tegelijkertijd misschien wel belangrijkste, vakgebied nauwelijks diepgravend geschreven op de cultuurpagina’s van dagbladen, maar verschijnen er vooral luchtig geschreven kattenbelletjes in de lifestyle katernen. Terwijl de professionele fora nagenoeg ontbreken. En wie weet klopt het wel dat die kattenbelletjes slechts de lifestyle katernen halen. Immers, wanneer designkritiek vooral wordt opgevat als het signaleren van nieuwe producten, en schrijvers geen inzage geven in de criteria waarmee ze nieuwe producten beoordelen, is ronkende marketingtaal onvermijdelijk. Over smaak valt immers niet te twisten. Over design valt niets serieus te melden.

Dat de markt wordt overspoeld met wegwerpproducten, die niet alleen desastreus zijn voor het milieu maar ook voor een zorgelijke mentaliteit van gebruikers hebben gezorgd, betekent niet dat álle ontwerpers zich voegen naar de dynamiek van het marktdenken. Al jaren zijn er tegengeluiden te horen, bijvoorbeeld binnen opleidingen waar de toekomstige generatie roept om grotere maatschappelijke relevantie van design.

Ontwerpers herijken de rollen die ze kunnen spelen nu digitalisering de productiemiddelen heeft gedemocratiseerd. Utopische vergezichten worden geschetst waaruit het verlangen spreekt naar een betere wereld, naar alternatieve economieën, en naar duurzamer systemen. Het verguisde begrip ‘vooruitgang’ wordt hier en daar zelfs afgestoft. Waarachtig innovatief zou je ook de ontwerpen kunnen noemen die zich rekenschap geven van de oorspronkelijke waarden van het ontwerpvak. Zo valt er een herwaardering te bespeuren van de aloude Bauhaus-idealen op het vlak van maatschappelijk engagement en cultureel bewustzijn.

Hoe hoopvol dit soort geluiden ook klinken, tot op heden blijven het incidenten in de marges van designpresentaties, roependen in de woestijn. Curieus genoeg halen ze zelden de betere media in het land dat decennia geleden naam maakte met maatschappijkritisch design. Dutch Design – tegenwoordig bedienen alleen de middelmatigen zich nog van dat uitgewoonde label, maar begin jaren 90 waren het Nederlandse ontwerpers die de zelfgenoegzaamheid van de internationale designwereld wisten op te schudden met ontwerpen die impliciet en expliciet kritiek leverden op de nauwe verstrengeling van markt en design.

Die kritische mentaliteit inspireerde duizenden buitenlandse studenten om in Nederland hun ontwerpstudies te vervolgen. Hier gebeurde ‘het’ tenslotte. Hier bestond een groter bewustzijn over de vele betekenissen die kunnen schuilgaan onder het glanzende oppervlak van producten. De komst van al die buitenlanders, en het opereren van Nederlanders búiten de grenzen, heeft het vakgebied verbreed en verrijkt. Maar wat achterbleef is de designkritiek.

Zonder levendig discours die de vakgroep wijst op de volle potentie van design, en zonder critici die bemiddelen tussen het grote publiek en design-historische en filosofische studies naar het belang van design, resten slechts legitimerende reclametekstjes in glossy’s. Zonder discours verschraalt het vak en blijft zo lichtvoetig als het cliché het wil. Zonder duiding en contextualisering blijven designprojecten immers incidenten zonder betekenis en samenhang en dreigt het gevaar dat de markt leidend blijft in de ontwikkeling en waardebepaling van nieuwe werken.

Hoe belangrijk is die duiding? Groot, dunkt mij. We leven in een tijdsgewricht waarin veel ontwerpers hun missie te beperkt opvatten of met gemak laten knevelen door de marketeers. In een wereld waarin Donald Trump is gekozen tot president van de VS, sociale ongelijkheid en xenofobie toenemen, alle ethische en culturele verworvenheden in rap tempo worden afgebroken, in een tijd waarin algehele twijfel toeslaat over vrijwel alle gevestigde instituten.

We behoeven duiders, intermediairs die culturele productie voor de vakgroep en het grotere publiek van betekenis voorzien. Critici die feilbare beoordelingscriteria durven te formuleren en parels weten te vinden in de niet aflatende toevloed aan nieuwe producten. We behoeven goed onderbouwde argumenten. Alleen wanneer praktijk en reflectie elkaar op een hoger niveau tillen kan culturele productie weer een relevante (tegen)kracht worden voor een wereld in crisis. Immers….. ‘It is design that defines us, whether it’s a shoe that ends up modifying the shape of the foot, or a cell phone that changes not only our hands but the way our brain functions’, aldus Beatriz Colomina en Mark Wigley.

Door: Louise Schouwenberg, april 2017
Beeld: Manifest Beyond the New (Louise Schouwenburg & Hella Jongerius), vormgeving manifest Beyond The New: Joost Grootens. Illustratie: Ann Linn Palm Hansen
bron: Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

context

Reflectie en beschouwing zetten aan tot verdieping van de ontwerpende disciplines. Het is de missie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie dit te stimuleren. In maart 2017 zette het fonds de Open Oproep Ruimte voor Ontwerpkritiek uit.
Het fonds vroeg Louise Schouwenberg – onderzoeker, schrijver, hoofd van de masteropleiding Contextual Design, Design Academy Eindhoven – een column te schrijven over het belang van ontwerpkritiek.
Deze column is onderdeel van een groter onderzoek naar de waarderingscriteria voor culturele innovatie. In 2015 en 2016 presenteerden Louise Schouwenberg en ontwerper Hella Jongerius tijdens de Salone del Mobile in Milaan hun manifest ‘Beyond the New’ en het schaduwspel ‘A Search Behind Appearances’. Beide presentaties waren een oproep aan de ontwerpwereld om voorbij de schijn van vernieuwing te zoeken naar waarachtige innovatie.

Written By
More from Lenn Cox

Festival Multiple Journalism – 29 maart

Donderdag 29 maart presenteert Multiple Journalism in samenwerking met VersPers in A...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *